Wat een schijthuis

Wat een schijthuis

Het leven is niet altijd makkelijk. Sommige kevers gedragen zich echter wel erg roekeloos. Je ei in een kolonie van bloeddorstige alles etende rode bosmieren (Formica rufa, zie de foto hieronder) proberen te krijgen, is toch simpelweg vragen om problemen, niet? Om in deze vijandige omgeving te overleven bouwt de vierstippige mierenzakkever een huisje van poep en aarde.

Formica rufa
 




Laat me je voorstellen aan de vierstippige mierenzakkever (Clytra quadripunctata, zie de foto’s hieronder). Deze kevers zien eruit als lieveheersbeestjes die op de rekker gelegd zijn (een middeleeuws martelwerktuig waarmee je wordt uitgerekt). Dit zijn echter helemaal geen lieveheersbeestjes. Lieveheersbeestjes zijn namelijk roofdieren die andere insecten eten. De vierstippige mierenzakkever behoort tot de familie van de bladhaantjes en eet dus bladeren.

Clytra quatripunctata
Clytra quatripunctata
 

Elke geestelijk gezonde kever zou wel beter weten dan te lopen rotzooien met rode bosmieren. Je wilt toch niet opgegeten worden? Nou, deze kevers zijn het er niet helemaal mee eens. Ze lijken het zelfs fijn te vinden dat deze mieren zo gevaarlijk zijn. Zo hebben hun kinderen een ‘veilige’ omgeving, of in ieder geval veilig voor andere roofdieren dan. Hoewel er weinig bekend is over deze kever heb ik 1 artikel weten te vinden (van Horace Donisthorpe, gepubliceerd in 1902) waarin het leven van deze kever vrij uitvoerig beschreven wordt. Dit artikel is dan misschien oud, het is fantastisch geschreven!

Horace wilde meer leren over deze kever. Hij wist al dat de larven van deze kever in rode mieren nesten gevonden konden worden. Dus hij verzamelde simpelweg een handvol rode mieren werkers en koninginnen om in het lab een mierenkolonie te hebben. Vervolgens deed hij allerlei experimenten om erachter te komen hoe de interactie tussen deze kevers en de mieren gaat. Zo zag hij bijvoorbeeld dat de larven altijd een soort omhulsel / huisje hadden. Bij een teken van gevaar (een aanvallende mier bijvoorbeeld) trekt de larf zich terug. Met zijn hoornachtige kop sluit hij zijn huisje af en zo is hij veilig. Horace was nieuwsgierig wat er nou zou gebeuren als de larven dit huisje niet hadden (Engelstalig):

“I also removed some larvae and pupae from their cases and introduced them into my nest. These were attacked and torn to pieces by the ants. The naked larva is a fat, fleshy grub with a hard, horny head; it is much curved, and its hinder end, which is the largest part, is beat forwards as in the Lamellicoraia.”

Hij observeerde dus dat larven zonder huisje aangevallen en in stukken gescheurd werden. Daaruit concludeert hij dat het huisje vrij belangrijk is voor zo’n larfje. Hij beschrijft hoe deze larfjes in eerste instantie in het nest terecht komen en hoe ze er weer uit komen. De vrouwtjeskever gaat, nadat ze gepaard heeft, op zoek naar een takje boven of in de buurt van een rode mieren nest. Daar legt ze een ei, maar deze laat ze nog niet meteen vallen. Eerst houdt ze hem vast in een kuiltje vlak bij haar achterste, daar bedekt ze het eitje met haar poep. Omdat ze bladeren eet, ziet het eitje er naderhand uit als een klein dennenappeltje (zie 3 in de figuur hieronder). Ze laat het eitje dan vallen. De nietsvermoedende mier herkent het alleen als iets plantaardigs en sleept het eitje, zoals ze met ander plantaardig materiaal zouden doen, het nest in. Daar komt het eitje uit. De eischaal dient als allereerste huisje. In het mierennest eet het larfje plantaardig materiaal, wat door de mieren aangevoerd wordt. Terwijl het larfje groeit, vermengt hij zijn poep met aarde om zijn huisje met zichzelf mee te laten groeien. Uiteindelijk is het larfje uitgegroeid en maakt zijn huisje vast aan een takje of ander plantaardig materiaal. Daar verpopt hij zich. Als de volwassen kever klaar is, eet hij zich een weg door zijn poephuisje en probeert heel voorzichtig het mieren nest uit te komen. Als een mier aanvalt houdt hij zich vast aan een takje en speelt voor dood. Uiteindelijk buiten begint de cyclus opnieuw. Hieronder zie je de prachtige tekeningen die bij het artikel horen.

 

Uit Donisthorpe (1902), zie de referentie onderaan de pagina.
Uit Donisthorpe (1902), zie de referentie onderaan de pagina.

Horace was echter nog niet klaar. Hij vroeg zich namelijk ook af hoe de kevers smaken. In het algemeen zijn kleurrijke insecten ofwel onsmakelijk, of imiteren ze het uiterlijk van andere onsmakelijke insecten. Hij wilde weten of deze kevers echt onsmakelijk waren of dat ze misschien alleen lieveheersbeestjes na deden (die al als onsmakelijk te boek stonden). Ik weet niet precies waar hij al zijn vrijwilligers gevonden heeft, maar hier is wat hij vond (een marmosette is een soort aapje; Engelstalig):

 

“The racket-tailed drongo was the only creature that ate Clythra readily, but this bird appears to eat anything that is given to it.

The marmosette took a Clythra from its keeper, and put it into its mouth, but immediately took it out again, and threw it down in evident disgust. It would have nothing more to do with the beetles.

Finally my three species of lizards (Lacerta viridis, Lacerta muralis v. tiliguerta, and Lacerta agilis) would never touch Clythra.”

Hij vond dus verschillende dieren die deze kever toch liever niet aten. Oftewel, deze kever was zelf gewoon echt onsmakelijk. Deze kever lijkt qua uiterlijk erg op een lieveheersbeestje, maar wel met een heel andere en super interessante manier van overleven!

Referentie:

Horace St. John K. Donisthorpe (1902). The Life History of Clythra quadri-punctata, L. Transactions of the Royal Entomological Society of London. Vol. 50, pag. 11-24, DOI: 10.111/j.1365-2311.1902.tb01011.x

 

Geef een reactie