Vleermuizenpoep lezen

Vleermuizenpoep lezen

De Paarse hoefijzerneus (Rhinolophus euryale) is een vleermuizensoort die voorkomt in het Middellandse zee gebied. Helaas wordt de populatie steeds kleiner. Beschermingsmaatregelen hebben zich tot dusverre gericht op het leef/jaag gebied van deze vleermuizen. Echter, Aitor en zijn collega’s zeggen dat dit niet voldoende is. Ze hebben de poep van deze vleermuizen geanalyseerd en concluderen dat het belangrijk is om ook de gebieden rondom het daadwerkelijke leef/jacht gebied van de vleermuis te beschermen.

De Paarse hoefijzerneus. Foto van Medi Ambient. Generalitat de Catalunya.
De Paarse hoefijzerneus. Foto van Medi Ambient. Generalitat de Catalunya.




De Paarse hoefijzerneus eet motten
Deze vleermuizen eten motten, veel motten. Het dieet van de vleermuizen bestaat voor ongeveer 85% uit motten. Ja dus? En wat dan nog? Dat ze voornamelijk motten eten is belangrijk. Het is belangrijk, omdat motten zogenoemde holometabole insecten zijn, wat simpelweg betekent dat ze door een ei-stadium, een rupsen-stadium en een poppen-stadium gaan voordat ze volwassen zijn. Vleermuizen eten echter alleen de volwassen motten. Wat hier belangrijk aan is, zoals de auteurs van het artikel beschrijven, is dat rupsen heel ergens anders kunnen leven dan de volwassen motten. Wanneer het gebied waar de rupsen leven niet beschermd wordt, kan dat ervoor zorgen dat de vleermuizen alsnog verhongeren. Neem bijvoorbeeld het plaatje hieronder. Het groene gedeelte is het leef/jacht gebied van de vleermuizen, deze wordt beschermd. Sommige motten leven hun hele leven in dit gebied (de groene motten). Echter, andere motten groeien als rupsen buiten het beschermde gebied (rode vlak in de figuur hieronder) en vliegen vervolgens als volwassen motten naar het beschermde gebied (de rode motten). Zowel motten die altijd in het beschermde gebied leven als degene die van buitenaf komen dienen als maaltijd voor de vleermuizen. Maar hoe belangrijk zijn motten van buiten het beschermde gebied voor een goede voedselvoorziening van de vleermuizen? En is dit door het jaar heen hetzelfde?

Vleermuis_voedsel2
DNA uit vleermuizenpoep vertelt wat ze gegeten hebben.
Ik wist het ook niet, maar je hebt dus specifieke kits om DNA uit poep te halen. De auteurs gebruikten deze kit om DNA uit vleermuizenpoep te halen en met dit DNA konden ze erachter komen welke motten de vleermuizen gegeten hadden. Wat je vervolgens krijgt, is een percentage van de vleermuizen die een bepaalde mottensoort gegeten heeft, als in: “60% van de vleermuizen heeft mottensoort 1 gegeten”. Ze hebben dit 3 keer in een jaar gedaan, in mei (voordat de vleermuizen broeden), in juli (tijdens het broeden) en in september (na het broeden). Zo kwamen ze erachter dat het gedurende het jaar nogal varieert welke motten de vleermuizen eten. In de figuur hieronder zie je de 3 mottensoorten die door de meeste vleermuizen gegeten werden op ieder van de drie tijdpunten.

vleermuizen_voedsel

Zoals je kunt zien, 9 verschillende soorten. Dit betekent dat in verschillende periodes in het jaar, verschillende mottensoorten belangrijk zijn voor het overleven van de vleermuizen. Echter vertelt het ons nog niet of de rupsen van deze soorten in of buiten het beschermde gebied leven. Daarvoor zochten ze van iedere mot op waar de rupsen ervan leven en of dit dan in of buiten het beschermde gebied is. Ze vonden dat in mei en juli ongeveer 70-85% van de vleermuizen zowel motten vanuit het beschermde gebied als van daarbuiten aten. In september at nog maar 42% van de vleermuizen motten vanuit het beschermde gebied, maar 100% van de vleermuizen aten motten die van buiten het beschermde gebied kwamen! Het belangrijke hieraan is dat de vleermuizen afhankelijk zijn van zowel motten die in het beschermde gebied leven, als van motten die van buiten het beschermde gebied komen. Verder zijn de vleermuizen vooral in het najaar afhankelijk van motten die van buiten het beschermde gebied komen. Als deze onbeschermde gebieden wegvallen, hebben de vleermuizen dus vooral in het najaar geen eten meer.

Als we de Paarse hoefijzerneus willen beschermen, moeten we ons perspectief verbreden en ook de gebieden waar hun voedsel vandaan komt beschermen. Dit is waarschijnlijk ook waar voor veel andere soorten die we proberen te beschermen. De herkomst van hun voedsel meenemen in beschermingsmaatregelen zou dan ook voor deze soorten wijs zijn.

Referentie:

Aitor Arrizabalaga-Escudero, Inazio Garin, Juan Luis García-Mudarra, Antton Alberdi, Joxerra Aihartza, Urtzi Goiti. (2015) Trophic requirements beyond foraging habitats: The importance of prey source habitats in bat conservation, Biological Conservation, Volume 191, Pages 512-519, ISSN 0006-3207, http://dx.doi.org/10.1016/j.biocon.2015.07.043.

Geef een reactie