Who ya gonna call? De mieren!

Who ya gonna call? De mieren!

Mieren zijn sociale insecten die in grote kolonies leven. De sociale structuur van een mierenkolonie maakt hun gemeenschap erg interessant. Mieren lopen nogal veel rond en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt door planten die hun zaadjes willen verspreiden. Veel planten maken namelijk een zogenaamde “elaiosome”. Dit is een structuur rijk aan vetten en eiwitten en dient als beloning voor de mieren om de zaadjes te verspreiden. Deze elaiosome trekt mieren aan, waarna ze de zaadjes mee terug nemen naar het nest. Daar wordt het elaiosome opgegeten en de rest van het zaadje wordt weggegooid in de vuilnisbelt van de mieren, waar het zaadje kan ontkiemen. Verrassend genoeg hebben wandelende takken het zelfde truckje geëvolueerd!

De Afrikaanse wandelende tak (Phalces brevis ) http://www.phillipskop.co.za/fauna/masters-of-disguise/
De Afrikaanse wandelende tak (Phalces brevis), originele bron.




Een aantal eieren van wandelende takken, je kan zien dat ze op plantenzaadjes lijken, ca = capitulum. (Goldberg, 2015)
Een aantal eieren van wandelende takken, je kan zien dat ze op plantenzaadjes lijken, ca = capitulum. (Goldberg, 2015)

De Afrikaanse wandelende tak

De Afrikaanse wandelende tak (Phalces brevis, voorheen bekend als Bacillus coccyx) komt algemeen voor in Afrika. Hun eieren lijken op plantenzaadjes en worden individueel gelegd. Ze laten de eieren gewoon naar beneden vallen vanaf waar ze zitten, of het vrouwtje slingert ze weg. Waar sommige wandelende takken hun eieren een paar centimeter weg slingeren, kunnen andere ze wel tot 5 à 6 meter gooien! (Carlsberg, 1984). Het was al bekend dat veel soorten wandelende takken een aanhangsel aan de eieren hebben dat lijkt op het elaiosome. Bij de eieren wordt dit het capitulum genoemd (zie de foto hieronder). Hoewel het capitulum niet nodig is voor de eieren om te overleven, was het lang onbekend waar het dan wel goed voor was. Compton en Ware wisten echter uit te vogelen waar het capitulum voor dient.

Het eitje van de Afrikaanse wandelende tak, de bovenste foto laat het capitulum zien aan de linkerzijde. De onderste foto laat alleen het capitulum zien. (Compton, 1998)
Het eitje van de Afrikaanse wandelende tak, de bovenste foto laat het capitulum zien aan de linkerzijde. De onderste foto laat alleen het capitulum zien. (Compton, 1998)

Mieren doen het werk

Compton en Ware verzamelden de eieren van de wandelende tak, verwijderden het capitulum van een deel van de eieren en lieten het bij de rest zitten. Vervolgens keken ze of mieren de eieren mee zouden nemen. Ze vonden inderdaad dat alleen de eieren met een intact capitulum mee werden genomen door mieren van twee soorten (Pheidole megacephala en Acantholepsis capensis). Verder lieten ze 10 eieren meenemen door de mieren om te kijken of ze uit zouden komen. Van de 10 eitjes kwamen er 8 uit in het mierennest. Bovendien werden de jonge wandelende takjes compleet met rust gelaten door de mieren! Dit terwijl mieren normaal gesproken erg agressief zijn tegen indringers in het nest.

Waarom zouden wandelende takken deze tactiek gebruiken om hun eieren te verspreiden? Kunnen ze niet gewoon ook hun eieren een paar meter weg slingeren in plaats van dit ingewikkelde systeem te gebruiken? Er blijkt een aantal voordelen te zijn van dit ingewikkelde systeem. Bosbranden komen namelijk regelmatig voor in het gebied waar ze leven. Mierennesten bevinden zich ondergronds en overleven deze bosbranden. Je eieren in deze ondergrondse nesten hebben, zorgt ervoor dat ook al verbrand je zelf levend, je nageslacht bevindt zich veilig ondergronds. Een ander voordeel is dat weinig dieren zich in een mierennest begeven, het geeft dus ook bescherming tegen allerlei andere dieren die anders misschien de eieren zouden opeten. In ruil voor deze bescherming krijgen de mieren een voedzaam maaltje. Al met al is dit weer een erg interessant verhaal uit de natuur!

Acantholepsis capensis werkster mier verplaatst het ei door middel van het capitulum. (Compton, 1998)
Acantholepsis capensis werkster mier verplaatst het ei door middel van het capitulum. (Compton, 1998)

Referenties:

Carlsberg, U. (1984). “Oviposition behavior in the Australian stick insect Extatosoma tiaratum.Experientia 40: 888-889.

Compton, S. G. and A. B. Ware (1998). “Ants disperse the elaiosome-bearing eggs of an african stick insect.” Psyche 98: 207-214.

Goldberg, J., et al. (2015). “Extreme convergence in egg-laying strategy across insect orders.” Sci Rep 5: 7825.

Geef een reactie